
ALT P. 7 met deze tekst, die niet helemaal past. 1. Dezelfde rechten Iedereen heeft dezelfde rechten. Toch kunnen mensen met een beperking vaak niet leven zoals zij zelf willen. Vrouwen en kinderen met een beperking kunnen dit vaak niet. Omdat zij minder mogelijkheden krijgen dan anderen. Of omdat andere mensen bepalen hoe zij leven. Zij komen allerlei obstakels tegen. Dit gaat in tegen hun mensenrechten. De overheid maakt afspraken om obstakels weg te halen. Afspraken van de overheid mogen mensen met een beperking niet uitsluiten. En mensen met een beperking mogen geen nadeel hebben van een afspraak. Daarom moeten mensen met een beperking altijd meedenken en meepraten over de afspraken. In 2040 moeten mensen met een beperking overal meepraten bij het maken van beleid. Bij alle organisaties van de overheid. Dezelfde rechten betekent niet dat iedereen hetzelfde wordt behandeld. Soms is het nodig om voor mensen iets extra’s te doen. Zodat zij evenveel kans maken op werk bijvoorbeeld.

ALT P. 11 5. Een samenleving waar iedereen zich welkom voelt De samenleving zijn we met alle mensen samen. Toch voelen mensen met een beperking dat niet zo. Zij worden buitengesloten en gediscrimineerd. Mensen met een beperking leven vaak gescheiden van mensen zonder beperking. Zij gaan naar andere scholen. Zij gebruiken speciaal vervoer om ergens te komen. Zij kunnen niet overal sporten, winkelen of uit eten. Het is ook moeilijk om mee te doen aan verkiezingen. Omdat niet alle stembureau’s toegankelijk zijn. Hierdoor kennen mensen elkaar niet. En is het moeilijk om elkaar begrijpen. En om elkaar gelijk te behandelen. Het is belangrijk dat iedereen mag zijn wie hij is. En dat we elkaar zien en respecteren om wie we zijn. Wat daarbij helpt is dat mensen met een beperking zichtbaar worden. Dat zij te zien zijn op straat, in de media en op het werk. En dat zij de mogelijkheid hebben om hun stem te laten horen. Door te kunnen stemmen op een politieke partij.





















